Over de wet op de Continuiteit van Ondernemingen

zondag 28 oktober 2012


Meer over de wet op de Continuiteit van Ondernemingen (mijn vorige post over dit onderwerp zie hier):


Wanneer het medicijn schadelijker wordt dan de kwaal

In 2008 werd, als opvolger van het gerechtelijk akkoord, de wet op de continuïteit voor ondernemingen (WCO) ingevoerd. Sinds de wet in 2009 in voege trad, deden ruim 3.900 bedrijven in moeilijkheden hierop een beroep. Opvallend is dat uiteindelijk 70% van de aanvragers binnen de twee jaar toch failliet gaan. N-VA vraagt daarom bij monde van Karel Uyttersprot een grondige bijsturing van de WCO.

Het eigenlijke doel van de wet is om ondernemingen die in tijdelijke financiële moeilijkheden verkeren een nieuwe adem te geven. De wetgever wil daarbij zowel de economische activiteit en de tewerkstelling vrijwaren als het aantal faillissementen terug te dringen.

Deze streefdoelen zijn natuurlijk nobel te noemen. Echter stellen we vast dat de huidige wet er niet in slaagt om deze problematiek doelmatig te ondervangen. Sterker nog, de laatste jaren zet zich in België een ongunstige evolutie steeds verder door. Nooit eerder gingen in ons land meer ondernemingen failliet dan in 2011 - namelijk 11.000 op jaarbasis.


Ondertussen rollen de eerste grondige evaluatierapporten van de WCO binnen. Verschillende middenveldorganisaties, zoals o.m. het VBO, UNIZO en de Orde van Vlaamse Balies stellen onafhankelijk van elkaar een drietal fundamentele knelpunten vast. Deze situeren zich op het vlak van de toegang, de procedures en het oneigenlijk gebruik van de wet.

Concurrentievervalsend

De WCO houdt de drempel voor toegang tot de gerechtelijke reorganisatie inderdaad bewust laag.

Deze laagdrempeligheid leidt ertoe dat ook bedrijven met slechts een kleine kans op overleven nog een beroep kunnen doen op de WCO. Slechts enkelen worden op deze manier effectief duurzaam van de ondergang gered. Maar heel wat onrendabele ondernemingen worden op die manier kunstmatig in stand gehouden. De kosten hiervan worden vervolgens afgewenteld op de betrokken schuldeisers, dikwijls KMO’ s, die amper aanspraak kunnen maken op hun rechtmatige inkomsten uit verkoop.

Daarnaast is er geen eenduidige interpretatie van de WCO over de verschillende gerechtelijke arrondissementen heen. Dit leidt tot een afwijkende toepassing van de wet naargelang de indiener zich tot de ene of andere rechtbank moet wenden. In de praktijk verbindt de ene rechter soepelere voorwaarden aan de toekenning van de WCO dan sommige andere rechters. Er zijn ons gevallen bekend waarbij ook cafés een beroep doen op de WCO- procedure, terwijl dit nochtans niet het oogpunt van de wetgever was.

Een flagrant gevolg van (te) lage toelatingsvereisten is dat bepaalde ondernemers in de praktijk op oneigenlijke wijze gebruik maken van de wet. Bedrijven roepen de WCO in als vertragingsmiddel om de activa van de onderneming te versluizen vooraleer schuldeisers er beslag op kunnen leggen.

Dergelijk misbruik schendt natuurlijk de rechten van de schuldeiser, en werkt zelfs concurrentievervalsing tegenover andere aanbieders in de hand. Zo zijn er ons binnen de transportsector verschillende gevallen ter zake bekend. Firma’s gaan zware financiële engagementen aan in het aankopen van vrachtwagens. Om een faillissement te vermijden doen deze bedrijven vervolgens een beroep op de WCO. Op die manier blijven zij hun diensten aanbieden, weliswaar tegen meer competitieve prijzen dan hun tegenhangers die zich niet dermate in zware kosten gestoken hebben onder de gerechtelijke dekmantel van de WCO. Op die manier brengt de WCO KMO’ ers die zich aan de regels houden in ernstige moeilijkheden.

De grafische industrie is de meest uitgesproken exponent van de toepassing van deze wet. De sector kampt reeds enkele jaren met het structurele probleem van overcapaciteit. Daarenboven wordt de WCO er als drukkingsmiddel aangegrepen om aangegane schulden niet volledig, maar slechts gedeeltelijk, terug te moeten betalen. Uit de sector van de papierleveranciers verloren vier verschillende toeleveranciers sinds 2009 elf miljoen euro door de toepassing van de WCO op een aantal grafische bedrijven. Op die manier dreigt een domino-effect op gang. Er moet niet veel meer gebeuren of ook deze bedrijven komen in moeilijkheden terecht.

Bijsturing noodzakelijk

Dat de WCO sinds haar inwerkingtreding een aantal oneigenlijke gebruiken heeft opgeleverd staat als een paal boven water. Een heroriëntatie is aangewezen, zonder daarbij het kind met het badwater weg te gooien. Een nieuw parlementair debat ter zake kan opnieuw een aantal beleidsopties tegenover elkaar gaan afwegen. In die zin betreuren wij dat de federale administratie geen concrete cijfers inzamelt over hoeveel bedrijven en jobs de laatste jaren exact werden gered dankzij de WCO.

Nochtans kan beleid maar doeltreffend geëvalueerd worden wanneer ook de effecten van nieuw genomen beslissingen cijfermatig in kaart worden gebracht. N-VA dringt daarom aan om, drie jaar na de implementatie, een grondige evaluatie en bijsturing van de WCO op te maken.

Karel Uyttersprot
Volksvertegenwoordiger

Comments

0 Responses to "Over de wet op de Continuiteit van Ondernemingen"

Een reactie posten

Karel Uyttersprot (soms) On Twitter

Goeie Vlaamse Twitteraars

De verandering begint in Denderbelle - Lebbeke - Wieze

 

DENKEN–DURVEN–DOEN




Dagelijks worden wij geconfronteerd met de problemen en zorgen van ondernemers, medewerkers, werkzoekenden, ... Dit zette mij aan het denken.

In plaats van langs de zijlijn te blijven staan, heb ik een boeiende job opzij gezet om via de politiek mee te timmeren aan een beleid van durven.

Als oplossing om uit de puinhoop te geraken, ben ik van oordeel dat een grondige staatshervorming dringend nodig is om zo de problemen, zoals een drastische hervorming van justitie, werkgelegenheid en jobs, echt betaalbare pensioenen, veiligheid en ondernemerschap, ... aan te pakken.
Dit wil ik doen.

Berichtenarchief