2012-02-01 Bespreking beleidsnota Economie en Middenstand

dinsdag 7 februari 2012

Bespreking van de beleidsnota’s Economie en Middenstand

Plenaire vergadering 1.2.2012.
Flahaut: Wij vatten de bespreking aan van de sector "Landbouw en Economie".

Sont inscrits: M. Uyttersprot, Mme Emmery, Mme Jadin, puis M. Calvo, de heer Veys en de heer Logghe.

02.27 Karel Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de minister, beste collega’s, het gaat over economie en ondernemerschap. Ons land telt 340 000 vennootschappen en 670 000 zelfstandigen in hoofdberoep. Zij zijn samen goed voor een tewerkstelling van 2 650 000 loontrekkenden in de private sector. Zij zijn de eerste slachtoffers van onze economische crisis, de eerste slachtoffers van het grote aantal faillissementen.

Wij hebben een inflatie van 3,65 %, in Duitsland bedraagt de inflatie 2,2 %. Wij kennen een economische groei van 0 %, dalende investeringen, een euro- en bankencrisis en een onderkapitalisatie van onze bedrijven. Zes op tien kmo’s noteren de laatste drie jaren op rij een omzetverlies. 55 % van ons kmo’s verloren een kwart van hun waarde door de crisis. Er is een ondermaatse nataliteit en aangroei van ondernemingen, een dalende internationale handel en een dalend ondernemersvertrouwen.

Europa vraagt ons om in de 2020-strategie te werken aan een sterke en duurzame economie met oog voor werkgelegenheid en innovatie. Europa vraagt een werkgelegenheidsgraad, een werkzaamheidgraad van 75 %, terwijl die nu op 67,5 % ligt. Europa vraagt ook innovatie ten belope van 3 % van het bruto binnenlandse product.

Met andere woorden, er is aandacht nodig voor het ondernemerschap in het algemeen en onze kmos in het bijzonder. In de Index of Economic Freedom, dat het ondernemingsklimaat meet, staat ons land op de 38ste plaats. Die index is belangrijk voor buitenlandse investeringen.

Wij halen de score “vrij gematigd”. Die index wordt bepaald aan de hand van een aantal parameters zoals werk, productie, consumptie en investeringen. In die index moeten wij bv Armenië achter ons laten. Luxemburg bijvoorbeeld staat op de 13de plaats, het Verenigd Koninkrijk op de 14de plaats en Nederland op 15de plaats.
Wij verwachtten dan ook een ambitieus beleidsplan en dat is voor ons het vastleggen van realistische, concrete en haalbare doelstellingen binnen een afgesproken termijn, rond een economische visie en met oog voor duurzaam ondernemerschap. De beleidsnota Economie had een aantal uitgangspunten zoals een concurrentiebeleid gericht op sleutelsectoren, officiële prijsbeheersing om de groei te ondersteunen, competitiviteit van de ondernemingen verbeteren, transparantie en correcte prijsvorming en koopkracht van de burgers vrijwaren. Het blijft echter te veel steken in een aantal voorwaardelijke uitgangspunten zoals studies, evaluaties en te weinig concrete maatregelen.

Onze bedrijven, die de motor vormen voor de economische ontwikkeling, hebben nood aan een ambitieus en creatief plan om het ondernemerschap, het ondernemersklimaat en de ondernemingsgraad te verbeteren. Daarnaast is er ook nood aan een positief imago voor het ondernemen in ons land. Dit is essentieel voor een innovatieve kenniseconomie, economische groei en duurzame jobs.
Hoe kunnen wij dit bereiken? Wij hebben zelf een aantal voorzetten gegeven die daarbij kunnen helpen. Ten eerste, het aanmoedigen van starters. Ik denk dat nieuwe bedrijven essentieel zijn om ons economisch weefsel te vernieuwen. Dit kan door de creatie van innovatieve bedrijven die zorgen voor nieuwe jobs. Wij stellen vast dat de ondernemerschapgraad in ons land amper 7 % bedraagt. In de rest van Europa bedraagt die 12 %. Op de Total Entrepreneurial Activity barometer staat ons land op de 29ste plaats op 29 landen.

De groei van het aantal ondernemingen is zoals u weet zeer laag. Wij scoren bijzonder laag in alle internationale vergelijkingen. En zelfs met die lage scoringsgraad gaan wij er nog op achteruit. Het netto saldo van het aantal nieuwe bedrijven bedroeg in 2011 3 200, in 2008 was dit nog 13 000 bedrijven.
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd door het creëren van een positief imago, een minimum aan administratieve lasten en een betere toegang tot de kapitaalmarkt.

Een van de vaststellingen is dat het aantal universitairen dat een eigen zaak start, ver beneden de verwachtingen ligt. De meesten onder hen kiezen meestal om te werken voor een groot bedrijf of de overheid, dat hun meer rechtszekerheid en rechten biedt. Zij zijn een belangrijke doelgroep voor de creatie van nieuwe bedrijven inzake innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

Ik verwijs graag naar het idee van uitzwerming, dat ik in uw nota vind. Het is een leuk idee en wij willen dat graag aanvullen met intrapreneurship en overgaan naar entrepreneurship. Daarmee bedoelen wij dat binnen de onderneming mogelijkheden moeten worden geboden voor overname en oprichting van een onderneming.
Zo bestaan er aantal best practices, onder andere in een aantal banken, die medewerkers de kans biedt om een eigen bedrijf op te richten.

In het beperkt ondernemerschap is er een grote discrepantie tussen het sociaal statuut van de zelfstandigen enerzijds en de werknemers en de ambtenaren anderzijds. Ik denk dan aan pensioenen, kindergeld, arbeidstijd en wachtuitkeringen.

Er is nood aan een duidelijk plan met een duidelijk tijdspad waarin een gelijkschakeling aan een financiële planning wordt gekoppeld.
Met betrekking tot het verschil in kinderbijslag tussen zelfstandigen en loontrekkenden kijken we uit naar de wegwerking ervan voor de regionalisering van de bevoegdheid.

De verbetering van de minimumpensioenen wordt aangekondigd, maar afhankelijk van de budgettaire middelen. Er zal echter 90 miljoen euro nodig om de minimumpensioenen gelijk te schakelen.

Wij vrezen dat die maatregel in de koelkast wordt gestopt.

Mevrouw de minister, wij denken behalve aan de starters ook aan het terugdringen van het aantal faillissementen. Wij stellen vast dat het aantal bedrijven in moeilijkheden stijgt. Vorig jaar waren er 11 004 faillissementen, en ongeveer 1 500 bedrijven deden een beroep op de wet op de Continuïteit van Ondernemingen (WCO.)

Wij weten dat de onderkapitalisatie van de ondernemingen en een moeilijke toegang tot de kapitaalmarkt belangrijke elementen zijn. Het is beter te voorkomen dan te genezen. Een preventief beleid, met een betere opsporing van bedrijven in moeilijkheden, is noodzakelijk. Wij zien daartoe mogelijkheden door samenwerking met de rechtbank van koophandel, de sector van de boekhouders, revisoren en accountants, en de financiële sector.

Wij dringen ook aan op de vervroegde uitvoering van de Europese richtlijn inzake de betalingstermijnen, die gepland is voor maart 2013.

Wij vragen ook aandacht voor de horeca en de kleinhandel, die aan de top staan wat het aantal faillissementen betreft. Hier is er grote nood aan professionalisering, schaalvergroting en meer administratieve vereenvoudiging.

Wij noteren dat u de administratieve vereenvoudiging wil doorvoeren naar rato van 30 % voor het einde van uw ambtstermijn. Wij zien dan ook graag uit naar uw voorstellen ter zake.

Naast aandacht voor de starters en voor het terugdringen van het aantal faillissementen, menen wij dat succesvol ondernemen gestimuleerd moet worden.
Wij wijzen u op het KMO-Actieplan, waarvan wij op de evaluatie wachten. Het plan, dat ondertussen 4 jaar oud is, staat voor het aanmoedigen van oprichtingen, het versterken van de zekerheid van de ondernemers, het verbeteren van de relatie tussen de kmo’s en de overheid, het verbeteren van de arbeidsmarkt voor de kmo’s, en het verbeteren van het sociaal statuut.

De belastingvermindering voor de eerste drie werknemers van een onderneming juichen wij toe. Ze biedt mogelijkheden aan tweedekansengroepen. Ik verwijs naar een nota van Unizo over allochtonen, ouderen en laaggeschoolden en naar een project van een aantal werkgeversorganisaties, Jobkanaal.

Voor de nieuwe regeling voor de ambachten verwijs ik naar het stelsel in Duitsland, waar men in een periode van drie jaar op een georganiseerde manier het statuut van leerling, gezel en meestergast verwerft. Ik verwijs ook naar de geplande regionalisering van de orden, waaronder de Orde van Architecten. Er liggen inderdaad verscheidene voorstellen ter zake ter bespreking in de commissie.

Wat de landbouwbevoegdheden betreft, staat de regionalisering van het BIRB op de agenda. De activiteiten van het BIRB zijn tot een minimum herleid, aangezien het geen restituties meer verricht. Momenteel, nadat een aantal personeelsleden toegewezen werd aan de douane en andere diensten, werken er nog 170 personen, die als taak hebben zich in te zetten voor de voedselbanken. Ook wanneer er zich een crisis voordoet, zoals de varkenspest of de Afrikaanse pest, worden zij ingeschakeld.
Uiteraard moeten wij aandacht hebben voor het institutionele gedeelte en de overdracht van een aantal bevoegdheden, zoals het Participatiefonds, de handelswet, de toegang tot de beroepen, de toeristische sector en, deels, de KBO. Wij zullen er dan ook op toezien dat er werk van wordt gemaakt en dat het degelijk wordt voorbereid.

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, wij verwachten een plan met ambitie en inspiratie, met oog voor de duurzame groei van onze bedrijven, aandacht voor een vernieuwend productiemodel en oog voor verandering. Wij zien te weinig initiatieven om het ondernemerschap te stimuleren.

Wij zien te weinig initiatieven met zuurstof voor onze ondernemingen.
Wij vragen dan ook niet alleen een tandje bij te steken, maar een heel raderwerk.


02.34 Sabine Laruelle, ministre: Monsieur le président, je ne répéterai évidemment pas ce qui a déjà été dit en commission, mais j'aborderai divers éléments.

Sommigen hier hebben gesproken over het statuut van de zelfstandigen. Er komt een verbetering van het statuut van de zelfstandigen tijdens deze legislatuur. Ik geef twee voorbeelden.

Ten eerste, de welvaartsaanpassing staat in het regeerakkoord, zowel voor de zelfstandigen als voor de werknemers.

Ten tweede, het regeerakkoord stelt dat de kinderbijslag naar de Gemeenschappen moet worden overgeheveld. Vooraleer dat kan gebeuren, moet het verschil tussen de kinderbijslag voor werknemers en de kinderbijslag voor zelfstandigen weggewerkt worden. Dat zal ongeveer 21 miljoen euro kosten.

Les allocations familiales comportent deux éléments: l'allocation familiale de base, où il reste 5 euros d'écart pour le premier enfant, et les suppléments d'âge. L'enveloppe bien-être: 21 millions d'euros.

Ik heb ook gezegd in mijn beleidsnota, en dit zit ook in het regeerakkoord, dat ik zal zien of het mogelijk is om nog meer te doen voor de pensioenen van de zelfstandigen. In 2003 was er een verschil van 300 euro per maand tussen het minimumpensioen voor werknemers en het minimumpensioen voor zelfstandigen. Voor een gezin is het verschil nu nog slechts 22 euro. Wij hebben dus reeds een heel grote weg afgelegd.
Het is echter niet genoeg. Misschien zal het niet lukken tijdens deze legislatuur, maar wij moeten het verschil tussen het minimumpensioen voor een werknemer en het minimumpensioen voor een zelfstandige schrappen. Misschien zal dat niet verwezenlijkt kunnen worden tijdens deze legislatuur want het kostenplaatje bedraagt 92 miljoen euro.

Er is dus 21 miljoen euro voor de kinderbijslag, er is ook de welvaartsenveloppe die meerdere tientallen miljoenen euro zal bedragen en er zal 92 miljoen zijn voor de minimumpensioenen.

Il y a une chose que je n'ai jamais faite! Même si vous me le demandez, je ne le ferai pas. Je ne vais pas promettre des choses que je ne pourrai pas tenir. Je ne suis pas certaine d'avoir les moyens financiers durant cette législature pour terminer le rattrapage des pensions. Mettre en doute ma volonté d'annuler cette différence, c'est faire preuve, me semble-t-il, de mauvaise foi! Si vous regardez le chemin parcouru depuis que j'ai la compétence sur le statut social des indépendants, vous vous rendrez compte très facilement que l'on a fait plus ces huit dernières années que durant les quarante ans qui ont précédé!

Mijnheer Uyttersprot, u hebt ook gesproken over een maatregel als een soort stimulans voor werknemers in een groot bedrijf die een onderneming willen starten of overnemen.

Een dergelijke maatregel staat in mijn beleidsnota. Een dergelijke maatregel staat op pagina 11 van mijn beleidsnota, mijnheer Uyttersprot.

Là où je suis d'accord avec vous, monsieur Uyttersprot, c'est que nous n'avons pas encore de cadre légal, à l'instar de ce qui existe en France. Ce que nous allons faire – nous avons déjà des contacts –, c'est rencontrer les dirigeants de grandes entreprises au Nord, au Sud et au Centre pour élaborer des projets pilotes, évaluer les intérêts éventuels en la matière, examiner la façon dont ils peuvent être concrétisés et définir un cadre légal.

En ce qui concerne la diminution des charges sociales et non fiscales, elle est prévue pour 2013.

Vous avez également parlé de l'accès au crédit. Je suis d'accord avec vous. Ce point figure d'ailleurs dans ma note. Il faut faciliter l'accès au crédit! J'ai donné des exemples dans ma note et encore plus en commission: la portabilité des garanties, les délais de préavis qui ne sont pas équivalents, selon qu'ils sont donnés par la banque ou par l'indépendant.

Vous parlez du capital à risque. Je suis étonnée! Je croyais que la N-VA siégeait au gouvernement flamand! Que reste-t-il au fédéral? Le Fonds de participation, qui sera régionalisé. Le reste des compétences, avec l'aide des autorités publiques pour l'accès au financement, l'accès au capital à risque, est maintenant au niveau des Régions.

Si, à présent, monsieur Uyttersprot, la demande est de ne pas régionaliser le Fonds de participation et d'étendre sa zone d'activité pour pouvoir englober le capital à risque, on peut évidemment en discuter, mais cela ne figure pas dans l'accord gouvernemental. Certes, le gouvernement fédéral, conformément aux compétences qui sont les siennes, doit avancer sur un certain nombre d'éléments d'accès au crédit; j'ai donné l'exemple de la portabilité des garanties.

Certains d'entre vous appellent de leurs vœux un plan PME. Oui, il y en a eu un en 2008. Grâce à cela, je vous rappelle que la Belgique est le deuxième meilleur pays européen dans la transposition du Small Business Act. L'accord de gouvernement prévoit que nous adapterons ce plan PME et que nous le relancerons. Évidemment, on peut toujours se dire qu'on peut faire ceci ou cela. On fait les pensions très vite, vous râlez! Je prends le temps de faire le plan PME en concertation, vous râlez aussi! Mais c'est logique, la minorité râle par définition!

Mijnheer Uyttersprot, u sprak ook over het BIRB. U zegt dat het BIRB bijna niets doet, “seulement l’aide aux plus démunis” maar dat is niet waar. Het BIRB heeft ook andere bevoegdheden, zoals bijvoorbeeld interventie. Als er zich een probleem voordoet met de prijs in landbouwproducten zoals de melk in 2008 of de tarwe in 2009 of 2010, dan beslist de Europese Commissie in een interventie. Wie beheert de Europese interventie in België? Het BIRB.

Mais je vous rassure, la voilure du BIRB a déjà été réduite. Et vous avez eu raison de dire qu'il n'y a quasi plus de restitution. Pour ce qui le concerne, c'est 25 % de personnel en moins en 25 ans.

Et si, dans le cadre de la régionalisation, le gouvernement flamand auquel vous participez considère que le BIRB ne sert à rien ou ne fait rien – je vous conseille d'ailleurs de prendre contact avec Kris Peeters, mon collègue flamand –, libre à vous de le supprimer en Région flamande puisque c'est vous qui aurez les rennes.

Mais par précaution, monsieur Uyttersprot, je vous suggère de prendre contact avec la Commission européenne. En effet, ne pas avoir de BIRB régional risquerait bien de priver la Flandre, les agriculteurs flamands, de l'aide européenne. Et je ne suis pas certaine que ce soit réellement cela que vous vouliez.

02.35 Karel Uyttersprot (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik denk dat u soms niet goed luistert.

Het verzelfstandigen van werknemers is een dossier dat wij toejuichen. Ik heb juist verwezen naar bestaande best practices. Er zijn bijvoorbeeld banken waar kaderleden gedurende jaren de mogelijkheid en de nodige centen krijgen om een initiatief te nemen, met de mogelijkheid om terug te komen indien hun zaak mislukt. Ik heb u gewoon gewezen op een aantal best practices, zaken die wij toejuichen.
Toegang tot de financiering is uiteraard niet beperkt tot het Participatiefonds. Wij denken hier ook aan de reguliere banken…

02.36 Minister Sabine Laruelle: (…)

02.37 Karel Uyttersprot (N-VA): Wij hebben voorgesteld om drie zaken te doen: starters bevorderen, faillissementen terugdrijven en groeiondernemingen stimuleren.

Wij hebben gezegd dat wij daar partners moeten zoeken. In de financiële sector kunnen dat de klassieke banken zijn, en niet alleen het Participatiefonds.
Wat de BIRB betreft, heb ik gezegd dat het aantal activiteiten minimaal is. Ik heb gezegd dat de restituties zijn weggevallen. Dat was de hoofdactiviteit. De contingenten en vergunningen bij export en import was een zaak die door de BIRB op zich werd genomen. Die taak bestaat niet meer, dus de taak is voor een groot gedeelte …

02.38 Minister Sabine Laruelle: (…)

02.39 Karel Uyttersprot (N-VA): Interventies zijn belangrijk, de Voedselbank is belangrijk en dan is er nog het tussenbeide komen in de crisiscommunicatie.

Mevrouw, onze algemene conclusie is dat er een aantal factuele, interessante zaken in uw beleidsnota zitten maar we hadden eigenlijk een totaalvisie, een coherenter geheel verwacht, een soort businessplan met een aantal concrete doelstellingen om de problemen van onze ondernemingen op te lossen. Bij die concrete doelstellingen zijn er misschien een of twee die echt concreet zijn, bijvoorbeeld het terugdringen van de administratieve lasten met 30 % binnen de twee jaar. Dat is inderdaad een doelstelling. Zo had ik er wel meer verwacht.

Comments

0 Responses to "2012-02-01 Bespreking beleidsnota Economie en Middenstand"

Een reactie posten

Karel Uyttersprot (soms) On Twitter

Goeie Vlaamse Twitteraars

De verandering begint in Denderbelle - Lebbeke - Wieze

 

DENKEN–DURVEN–DOEN




Dagelijks worden wij geconfronteerd met de problemen en zorgen van ondernemers, medewerkers, werkzoekenden, ... Dit zette mij aan het denken.

In plaats van langs de zijlijn te blijven staan, heb ik een boeiende job opzij gezet om via de politiek mee te timmeren aan een beleid van durven.

Als oplossing om uit de puinhoop te geraken, ben ik van oordeel dat een grondige staatshervorming dringend nodig is om zo de problemen, zoals een drastische hervorming van justitie, werkgelegenheid en jobs, echt betaalbare pensioenen, veiligheid en ondernemerschap, ... aan te pakken.
Dit wil ik doen.

Berichtenarchief