In het Federaal Parlement : Boekhouders en fiscalisten

zondag 13 januari 2013



10.01 Karel Uyttersprot (N-VA):

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, het wetsontwerp dat voorligt, wil de loontrekkende boekhouder, dus de boekhouder in dienstverband, dezelfde mogelijkheden geven als de zelfstandige boekhouder, met name via een erkenning door het BIBF of Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten. Wij juichen dat toe.

Het ontwerp voorziet echter ook in een Nationale Raad, die paritair is samengesteld, dus evenveel Franstaligen als Nederlandstaligen. In een dergelijke regeling kunnen wij ons moeilijk vinden aangezien feitelijk ruim 60 % van de beroepscategorie in kwestie Nederlandstalig is.

Mevrouw de minister, zoals u weet, bepaalt het regeerakkoord dat de beroepsordes zouden worden geregionaliseerd. Wij hadden derhalve meer verwacht.

Mevrouw de minister, in ons land zijn er op dit ogenblik vijf erkende economische beroepen, namelijk boekhouders, fiscalisten, accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren. Naast die vijf erkende beroepen zijn er drie beroepsinstituten, namelijk het IAB of Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, dat in 1985 bij wet is opgericht, het IBR of Instituut van de Bedrijfsrevisoren, dat eveneens in 1985 is opgericht en het BIBF of Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten. Naast deze vijf beroepscategorieën en drie professionele organisaties zijn er twee toezichthoudende ministers, zijnde name minister Vande Lanotte en uzelf.


Toch bestaan er nergens zoveel verschillen als bij ons. In Nederland bijvoorbeeld is er sinds 1 januari 2013 nog één beroepsinstituut, met name de NBA of Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Ook in Engeland, in Wales en in Frankrijk — het IFEC of Institut Français des Experts-Comptables — is er slechts één beroepsorganisatie. In België bestaan er dus drie. Het BIBF telt ongeveer 8 500 leden, waarvan 5.500 zelfstandigen, en 18 medewerkers. Het IAB telt 7.500 leden en 35 medewerkers. Het IBR telt 1.000 leden en een 60-tal medewerkers. Alle drie hebben zij als voornaamste bevoegdheid het geven van vorming en opleiding aan de economische beroepen in kwestie.

Bij de bedrijfsrevisoren beginnen jaarlijks ongeveer 430 stagiairs. Het aantal dat de eed aflegt of voor het examen slaagt, bedraagt amper 10 %, zijnde een veertigtal personen per jaar.

Zoals u weet, zal volgens een Europese richtlijn de drempel voor bedrijven om in hun bedrijf een bedrijfsrevisor te moeten inschakelen, worden verhoogd.

Dat betekent dat de behoefte aan bedrijfsrevisoren binnen afzienbare tijd beperkt zal zijn tot 200. Het lijkt ons dan ook veel efficiënter en rendabeler de drie beroepsinstituten te fusioneren tot één economische orde, om ze nadien te splitsen in een Nederlandstalige en een Franstalige federatie. Mevrouw de minister, dit zou een bijzondere vorm van administratieve vereenvoudiging zijn.

Deze economische beroepen treden op in dienst van onze kmo’s en onze andere bedrijven. Nu al is het voor hen totaal onduidelijk wat het verschil is tussen de vijf bestaande categorieën. Wanneer wij naar de andere landen kijken, merken wij dat enkel België nog het onderscheid maakt. In de omliggende landen gebruikt men hoofdzakelijk de term “accountant".

Wij weten dat er reeds pogingen geweest zijn tot fusie van het IAB en het IBR en dat deze samen gehuisvest zijn. Die onderhandelingen hebben echter niet tot resultaten geleiden. Uit ervaring weten wij ook dat zo’n fusie op weerstand stuit.

Mevrouw de minister, twaalf jaar geleden lag ik zelf aan de basis van de eerste grote fusie van kamers van koophandel, in Oost-Vlaanderen. Ik ken de tegenstand. Ik ken de weerspannigheid om tot een dergelijk resultaat te komen. Ik weet echter ook dat zo'n fusie succesvol kan zijn. De echte reden voor afwijzing is dikwijls zelfbehoud, en minder gericht op het belang van de klanten, de kmo’s en de andere bedrijven.

Wij weten dat een bestaande organisatie 101 redenen kan opsommen voor een afwijzing. Zij zal wijzen op haar specificiteit, de nood aan uniformiteit, het verschil tussen noord en zuid, de eenheid, de verschillen in aanpak of de eigenheid. Allemaal argumenten die u zult horen. Maar ook in Nederland is men die weg moeten opgaan. Op 1 januari is men erin geslaagd tot fusie over te gaan.

Een fusie van de beroepsinstituten, gevolgd door een splitsing, is zowel voor de bedrijven als de beroepsbeoefenaars de meest eenvoudige vorm. Nu reeds worden tuchtonderzoeken per taalrol georganiseerd, en vorming en opleiding zijn Gewestmateries.

De socio-economische realiteit zal de verschillen inhalen. De verschillende evolutie van het takenpakket in noord en zuid vermindert de leefbaarheid van de verschillende nationaal georganiseerde instanties. Men zal dus moeten komen tot een betere kostenefficiëntie.

Laat het duidelijk zijn, wij pleiten voor een structurele hervorming van de drie betrokken beroepsinstituten om alzo te komen tot twee geïntegreerde instituten die per taalrol georganiseerd zullen worden.

Mevrouw de minister, het wetsontwerp nr. 2477 zullen wij niet steunen. Het wetsontwerp nr. 2478, dat een technische verbetering van de beroepsprocedure inhoudt, zullen wij wel goedkeuren.

10.02 Minister Sabine Laruelle:

Mijnheer de voorzitter, heel kort.

Wij hebben over deze problematiek al gesproken in de commissie. Twaalf jaar geleden heb ik ook twee boerensyndicaten gefusioneerd. Ik ben in principe niet tegen een fusie van verschillende instituten of syndicaten. U weet net zo goed als ik dat de drie instituten dit twee jaar geleden hebben geprobeerd. Vlaamse leden van IAB hebben het echter niet aanvaard. Ik ben het met u eens als u zegt dat er meer efficiëntie en samenwerking nodig zijn tussen de drie instituten. De laatste stap hierin is een fusie. Het is niet mijn rol om een dergelijke fusie op te leggen.

Comme je vous le disais, ce sont des membres flamands qui l'ont refusée. Tout le monde peut évidemment changer d'avis, monsieur le président.

Onderhavige tekst heeft niet tot doel het akkoord van de regering in werking te doen treden.

Ce projet n'a pour objectif d'appliquer l'accord de gouvernement, et vous avez raison de le dire. Ce dernier contient des propositions relatives aux professions protégées et à l'accès à la profession. Ce texte ne vise pas cet aspect des choses. Il faudra, dans le cadre des réformes institutionnelles, mettre en œuvre l'accord de gouvernement.

10.03 Karel Uyttersprot (N-VA):


Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wij zullen elkaar een eindweegs kunnen volgen naar de fusie. U kent misschien het volgende Vlaamse spreekwoord: aan een kalkoen vraagt men niet wat men op kerstdag op tafel zal brengen. Men vraagt dus ook aan de instituten niet om zichzelf op te heffen, omdat de weerstand daar altijd groot is.

10.04 Sabine Laruelle, ministre:

(sans micro) … est bien fondé, je serai évidemment heureuse de le faire. Du côté francophone, c'est fait.

Le président: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

La discussion générale est close.
De algemene bespreking is gesloten.


Karel Uyttersprot
Volksvertegenwoordiger
0497/522 800
www.kareluyttersprot.be

Comments

0 Responses to "In het Federaal Parlement : Boekhouders en fiscalisten"

Een reactie posten

Karel Uyttersprot (soms) On Twitter

Goeie Vlaamse Twitteraars

De verandering begint in Denderbelle - Lebbeke - Wieze

 

DENKEN–DURVEN–DOEN




Dagelijks worden wij geconfronteerd met de problemen en zorgen van ondernemers, medewerkers, werkzoekenden, ... Dit zette mij aan het denken.

In plaats van langs de zijlijn te blijven staan, heb ik een boeiende job opzij gezet om via de politiek mee te timmeren aan een beleid van durven.

Als oplossing om uit de puinhoop te geraken, ben ik van oordeel dat een grondige staatshervorming dringend nodig is om zo de problemen, zoals een drastische hervorming van justitie, werkgelegenheid en jobs, echt betaalbare pensioenen, veiligheid en ondernemerschap, ... aan te pakken.
Dit wil ik doen.

Berichtenarchief